Lindeboom Instituut

Blog

Er is in onze cultuur iets merkwaardigs aan de hand met lichamelijkheid. Enerzijds leven we in een ‘lichaamscultuur’, waarin het van belang is om er goed uit te zien en fit te blijven. Dat wordt gepropageerd in reclames, de media, sportwereld en showbusiness. Anderzijds is het verstand onverminderd dominant en doet het lichaam vaak niet mee in ons dagelijks leven. Velen van ons hebben ‘hoofdberoepen’ en lijken op hun vrije tijd aangewezen om aandacht te besteden aan hun lichaam.

In kerken zie je iets soortgelijks. Zo bidden we vaak meer en specifieker voor gemeenteleden met fysieke kwalen dan voor mensen die met zichzelf of hun geliefden in de knoop zitten. Tegelijk wordt in veel kerkdiensten qua inhoud en vorm vooral ons verstand aangesproken en komt ons lichaam er maar bekaaid van af.

Het is deze scheiding tussen geest en lichaam, en fragmentatie (van de verschillende kanten van ons mens-zijn) die Philip Troost ter discussie stelt. Zo ook in zijn nieuwe boek Raak me aan (Nederlands Dagblad 28 augustus), dat een hartstochtelijk pleidooi is voor fysieke nabijheid en aanraking, ook of misschien wel juist in coronatijd.

Behalve van theologie en psychologie maakt hij dankbaar gebruik van inzichten uit de christelijke filosofie. God is één en wij mensen, die naar zijn beeld geschapen zijn, zijn dat ook. De werkelijkheid is aan de mens gegeven en bestaat uit verschillende aspecten, die op elkaar inwerken en een samenhangend geheel vormen. Dit geldt ook voor de mens. Philip Troost richt zich hierbij specifiek op vier aspecten van ons mens-zijn: fysiek, psychisch, geestelijk (spiritueel) en sociaal. Als we het belang van en de samenhang tussen deze aspecten niet honoreren, is dat vragen om problemen en komen we als mens niet tot onze bestemming (heelheid).

Philip Troost gaat nog een stap verder als hij betoogt dat lichamelijkheid niet alleen een belangrijk aspect is, maar onze primaire bestaans- en kenwijze. Met ons verstand kunnen we onszelf nog voor de gek houden, maar ons lichaam liegt nooit. Onze tastzin ontwikkelt zich als eerste. Dat begint al in de baarmoeder en ouders houden hun baby – als het goed is – niet voor niets zo vaak vast. Dat woord ‘houvast’ is niet toevallig fysiek, zegt Philip Troost. We kunnen houvast proberen te vinden in allerlei zaken, maar het belangrijkste was en is dat we vastgehouden worden. Of neem het woord ‘aanraken’. Natuurlijk, we kunnen elkaar positief raken met woorden, maar vaak ‘zegt’ een liefdevolle blik of omhelzing meer en raakt die ons dieper.

Een interessante vraag is of Philip Troost hier zelf iets doet wat hij juist bestrijdt: een aspect, in zijn geval het fysieke, belangrijker maken (verabsoluteren) dan de andere. Toch lijkt er veel voor zijn betoog te zeggen. Dat God zelf lichamelijk mens werd en ons juist op die manier nabij komt, kan de kern van het christelijk geloof genoemd worden. Ook de christelijke filosofie heeft er aandacht voor dat de werkelijkheid zich eerst en als een geheel aan ons geeft in onze (zogenoemde naïeve) ervaring. Pas daarna komt onze theoretische denkhouding, die zich in ieder geval in eerste instantie richt op slechts een deel van de werkelijkheid.

Philip Troost was al langer van plan om dit boek te schrijven, maar heeft er vanwege de coronacrisis meer vaart achter gezet. Hij protesteert tegen fysieke afstand als het ‘nieuwe normaal’ om zo het coronavirus te bestrijden en coronadoden te voorkomen. In de woorden van misschien wel de meest treffende zin uit het boek: ‘Als je op je laat inwerken wat de negatieve impact van een afstandscultuur is op onze geestelijke, psychische en sociale gezondheid, kun je rustig stellen dat we bereid zijn te stoppen met leven om maar te voorkomen dat we ziek worden of sterven.’

In de maatschappelijke en politieke discussie ligt de focus vaak op de prijs die we moeten betalen in termen van het aantal besmettingen en doden als we onvoldoende afstand en dergelijke tot elkaar houden. Maar dan vergeten we dat we door een exclusief fysieke focus net zo goed een prijs betalen wat betreft onze psychische, spirituele en sociale gezondheid. Wat is belangrijker? Die vraag is niet zo maar beantwoord. Inzicht in een bredere en samenhangende visie op gezondheid, zoals Philip Troost die aanreikt, helpt in ieder geval om je hiervan bewust te zijn en in concrete situaties een afgewogen keuze te maken.

Dat vraagt ook om een overheid die daar oog voor heeft en ruimte voor schept. Philip Troost laat zien dat onze omgang met het coronavirus veel zegt over ons mens- en wereldbeeld. Dat geldt voor ons persoonlijk, maar ook voor de overheid. De overheid is inderdaad niet neutraal en hanteert, bewust of onbewust, een bepaald mens- en wereldbeeld bij het maken van beleid. Raak me aan is daarom ook een oproep aan de overheid en zeker christen-politici om zich, juist in coronatijd, in te zetten voor de hele mens en de voorwaarden te creëren voor een echte samen-leving. Dat kan betekenen dat de overheid meer ruimte geeft voor (de keuze voor) fysieke nabijheid, omdat dat onze relaties, stemming en geloofsleven ten goede komt.

Sander Luitwieler is directeur van Stichting voor Christelijke Filosofie en van het Lindeboom Instituut (voor medische ethiek)

Dit artikel is op 9 september 2020 in het Nederlands Dagblad gepubliceerd.

Het Prof.dr. G.A. Lindeboom Instituut benoemt prof. dr. ir. Henk Jochemsen per 1 juli als onderzoekshoogleraar aan de Theologische Universiteit Kampen. Hij was eerder directeur van het Lindeboom Instituut, houder van de Lindeboomleerstoel en is inhoudelijk betrokken gebleven bij het instituut.

Prof. dr. ir. Henk Jochemsen (foto: Gea Gort)

Prof. dr. ir. Henk Jochemsen (foto: Gea Gort)

Geen nieuwe leerstoelhouder, maar interim-onderzoekshoogleraar

De functie onderzoekshoogleraar betreft een interim-positie. Eind vorig jaar is het Lindeboom Instituut een open sollicitatieprocedure gestart met het oog op de benoeming van een nieuwe Lindeboomhoogleraar als opvolger van Theo Boer. Deze procedure heeft vooralsnog geen kandidaat opgeleverd die voldoende aan het gewenste profiel voldoet. Daarom gaat het instituut in samenspraak met het College van Bestuur van de TU Kampen de leerstoel tijdelijk op een andere manier invullen, in de hoop binnen een paar jaar wel een nieuwe Lindeboomhoogleraar te kunnen benoemen. Het Lindeboom Instituut ziet het namelijk als kerntaak om de christelijk-ethische bezinning, onderwijs, toerusting en debatbijdragen op het gebied van medische ethiek voort te zetten.

Het Lindeboom Instituut en de TU Kampen zijn blij en dankbaar dat Henk Jochemsen met zijn kennis, ervaring en uitstraling de interim-positie van onderzoekshoogleraar gaat bekleden. Naast het geven van onderwijs aan de Theologische Universiteit Kampen zal Henk Jochemsen bijdragen aan de christelijk-ethische bezinning op met name het levensbegin. Zo werkt hij onder andere mee aan de publicatie van Zorgen voor beginnend leven, een nieuw boek in de Lindeboomreeks dat naar verwachting in september of oktober van dit jaar zal verschijnen.

Toerusten van jongere christelijke ethici

Een andere belangrijke taak van Henk Jochemsen als onderzoekshoogleraar zal zijn het vervullen van een mentorrol voor een aantal jongere christelijke ethici (in spe). Deze jongere ethici, onder wie Elise van Hoek (NPV) en Arthur Alderliesten (Stichting Vrienden van Lelie zorggroep), zullen met hem samenwerken en zich verder bekwamen in de medische ethiek. Op die manier wil het Lindeboom Instituut een nieuwe generatie toerusten voor medisch-ethische bezinning vanuit christelijk perspectief.

 


Voor meer informatie kunt u contact opnemen met dr. Sander Luitwieler, directeur van het Lindeboom Instituut (directie@lindeboominstituut.nl | 033 43 28 288).

Kiembaanmodificatie, CRISPR-CAS9, embryonale stamcellen, in-vitro gametogenese, monogenetische aandoeningen, eugenetica. Zomaar een paar termen die langskwamen tijdens de bezinningsavond over voortplantingstechnologie op 20 november. Na verdiepende lezingen van dr. René Fransen en prof.dr.ir. Henk Jochemsen, gingen ruim zeventig bezoekers met elkaar in gesprek over dit complexe en belangrijke onderwerp. Communicatiemedewerker Teunis Brand doet verslag.

In zijn presentatie gaf René Fransen uitleg over de meest recente technische en wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van genetica en voortplanting. De huidige discussie over genetische modificatie heeft een impuls gekregen door de nieuwe techniek CRISPR-CAS9. Deze techniek maakt het mogelijk om vrij nauwkeurig aanpassingen te maken in het DNA. Als die aanpassingen plaatsvinden in het vroegste stadium van de menselijke ontwikkeling, namelijk bij een embryo, kunnen mogelijk erfelijke ziektes worden voorkomen. Doordat de wijzigingen kunnen worden aangebracht in zogenaamde kiembaancellen, zijn ze permanent, en wordt het gewijzigde DNA doorgegeven aan het nageslacht.

De verwachtingen van de nieuwe technische mogelijkheden zijn groot. Het zou ervoor kunnen zorgen dat erfelijke ziektes niet aan het nageslacht worden doorgegeven. Tegelijkertijd is er nog veel onzeker. Is de techniek echt veilig? Wat als er negatieve neveneffecten in het DNA optreden? Die worden dan namelijk ook doorgegeven aan het nageslacht. Om de techniek te verfijnen, pleiten veel wetenschappers voor het kweken van embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek. Dat is in Nederland tot op heden bij wet verboden. De huidige maatschappelijke discussie gaat onder andere over de vraag of er een einde zou moeten komen aan dat verbod.

Henk Jochemsen onderstreepte in zijn bijdrage dat voor christenen het kweken van embryo’s voor onderzoek een onbegaanbare weg is. Een embryo is een mens in wording en verdient daarom volledige bescherming. Er zijn echter meer kanttekeningen te plaatsen bij de recente ontwikkelingen. Jochemsen: “We leven in een tijd waarin ziekte wordt gezien als een probleem dat we met technische middelen moeten oplossen. Daarachter gaat een drang naar beheersing en manipulatie schuil. De nieuwe technieken hebben effect op de maatschappij als geheel. We zien al dat kinderen krijgen steeds meer een project van de ouders wordt. En wat zullen de gevolgen zijn voor de acceptatie van gehandicapten?”

Jochemsen zou het in principe toejuichen als erfelijke ziektes worden bestreden door kiembaanmodificatie, mits de techniek veilig is en er geen embryo’s nodig zijn voor onderzoek. Hij stelt echter de vraag of de toepassing van de techniek daartoe beperkt zal blijven. Is er een harde grens te trekken tussen het genezen van ziekten en mensverbetering? Krijgen we in de toekomst een ‘mens op bestelling’, waarbij we gewenste eigenschappen in het DNA ‘plakken’? Dat staat volgens hem haaks op ontvangen van het leven als gave en het besef dat volkomenheid er pas zal zijn in Gods toekomst.

Na de pauze ging het publiek onder leiding van Elise van Hoek-Burgerhart (NPV) met elkaar en de sprekers in gesprek. Alle aanwezigen waren het erover eens dat het embryo volledig beschermwaardig is, en dat er daarom geen wetenschappelijk onderzoek mee gedaan zou mogen worden. Dat betekent echter niet dat er geen discussiepunten waren. Onder christenen is bijvoorbeeld IVF vrij breed geaccepteerd, terwijl die techniek ook tot stand is gekomen op basis van onderzoek met behulp van embryo’s. Bovendien maken de embryo’s die overblijven na IVF-behandelingen ook onderzoek mogelijk, wat er mede voor heeft gezorgd dat er nu weer nieuwe technieken beschikbaar zijn. Iemand uit het publiek stelde naar aanleiding daarvan de vraag of christenen al niet te ver zijn gegaan in de acceptatie van moderne medische technieken. René Fransen: “Als het goed is leidt het christelijk geloof niet alleen tot het respecteren van bepaalde morele grenzen, maar ook tot een andere manier van denken. We moeten kritisch zijn op de denkwijze dat we alles moeten repareren wat kapot is. Ook moeten we ingaan tegen het vooruitgangsgeloof, omdat nieuwe ontwikkelingen altijd hun eigen problemen met zich meebrengen.”

De bezinningsavond kwam tot stand door een samenwerking van de Theologische Universiteit Kampen, het Reformatorisch Dagblad, de NPV-Zorg voor het leven, het Hersteld Hervormd Seminarie en het Lindeboom Instituut.

Foto: André Dorst

Privacy statement

 

Het Prof.dr. G.A. Lindeboom Instituut verwerkt persoonsgegevens en andere data in overeenstemming met de geldende wetgeving. Wij vinden uw privacy erg belangrijk en gaan zorgvuldig met uw persoonsgegevens om. Uw persoonsgegevens worden uitsluitend door of namens ons gebruikt en worden niet aan derden ter beschikking gesteld. Hieronder staat precies wat u van ons kunt verwachten en aan welke regels we ons houden.

 

Toepasselijkheid

Dit privacy statement is van toepassing op de verwerking van:

  • de door donateurs, relaties en vrijwilligers verstrekte persoonlijke informatie en
  • data verkregen naar aanleiding van uw bezoek aan en gebruik van onze website (www.lindeboominstituut.nl).

Verwerking van persoonsgegevens

Het Lindeboom Instituut houdt een donateursadministratie bij, waarin ook persoonsgegevens van relaties worden vastgelegd die een publicatie bestellen of één van onze activiteiten bijwonen.

Wij verzamelen persoonsgegevens (naam, adres, woonplaats, telefoonnummer, e-mailadres) en bankgegevens om uitvoering te geven aan uw donatie, abonnement of bestelling. Daarnaast om u gericht te kunnen informeren over ons werk en te vragen om financiële ondersteuning daarvan. Uw gegevens kunnen worden gebruikt voor onderzoeksdoeleinden, maar worden niet aan derden verstrekt voor commerciële doeleinden.

 

Gegevens inzien, wijzigen of verwijderen

U kunt op elk moment inzage vragen in de gegevens die wij over u hebben vastgelegd of deze laten wijzigen of verwijderen. U kunt uw wijzigingen telefonisch (tel. 033 4328 288) of per e-mail (info@lindeboominstituut.nl) doorgeven aan de administratie van het Lindeboom Instituut. Hier kunt u ook terecht als u niet langer op de hoogte gehouden wilt worden van onze activiteiten. Het Lindeboom Instituut is verplicht om een bewijs van identiteit te vragen voordat wij u informatie mogen verstrekken over uw persoonlijke gegevens in onze administratie. U kunt ook een verzoek indienen per brief, voorzien van uw naam, adres, telefoonnummer en een kopie van een geldig legitimatiebewijs, gericht aan de administratie van het Lindeboom Instituut (Bergstraat 33, 3811 NG Amersfoort).

 

E-mail

Wanneer u zich heeft geabonneerd op onze digitale nieuwsbrief, wordt u per e-mail op de hoogte gebracht van ons werk. Wilt u minder of geen berichten van ons ontvangen? Dan kunt u zich op elk moment afmelden bij de administratie van het Lindeboom Instituut.

 

 

Beveiliging

Het Lindeboom Instituut neemt technische en organisatorische maatregelen om persoonlijke gegevens te beschermen tegen verlies of elke vorm van onwettige verwerking. Op deze manier zorgen we ervoor dat persoonsgegevens alleen toegankelijk zijn voor medewerkers die daar vanuit hun functie toe bevoegd zijn en dat we de persoonsgegevens alleen gebruiken voor de doeleinden waarvoor ze zijn verkregen en daarmee verenigbare doeleinden.

 

Het Lindeboom Instituut houdt het recht het privacybeleid te wijzigen. Als u vragen hebt over dit beleid, neem dan contact op met onze administratie via info@lindeboominstituut.nl.