Lindeboom Instituut
Blog

prof. dr. Theo Boer hield op 6 maart 2020 zijn afscheidsrede bij zijn afscheid als Lindeboom hoogleraar Ethiek van de Zorg aan de Theologische Universiteit Kampen.

De titel van de rede luidde:


Ethische kanttekeningen bij pleidooien voor “kindereuthanasie”


In zijn rede liet Theo Boer zien dat in de discussie over euthanasie in Nederland kindereuthanasie nooit ver achter de horizon was. Het problematische van euthanasie bij kinderen heeft echter volgens Theo Boer te maken met het feit dat kinderen niet wilsbekwaam zijn. Wilsbekwaamheid behoort echter tot het fundament van de Nederlandse consensus over euthanasie. Theo Boer bepleitte dat we niet moeten tornen aan de Nederlandse consensus, namelijk “dat we mensen die er niet om kunnen vragen, niet dood maken”.

Klik hier voor de volledige tekst van de rede.

Ondanks zijn afscheid als Lindeboomhoogleraar, blijft Theo Boer aan de PThU bezig met medische ethiek. Ook is hij nog betrokken bij een aantal lopende onderzoeksprojecten van het Lindeboom Instituut (over kinderpalliatieve zorg en ethische kwesties rondom het levensbegin).


Afscheidsrede in het nieuws

Verschillende kranten besteedden aandacht aan de afscheidsrede van Theo Boer:

Deze maand is Lindeblad, de halfjaarlijkse nieuwsbrief van het Lindeboom Instituut, weer verschenen.

In dit nummer staat het afscheidsinterview met prof. dr. Theo Boer centraal, die tot september 2019 bijzonder hoogleraar namens het Lindeboom Instituut was. Hij hoopt op 6 maart 2020 zijn afscheidsrede te houden aan de Theologische Universiteit Kampen.

Verder kunt u in deze Lindeblad een verslag lezen van de bezinningsavond (20 november jl.) over embryothematiek, en een bijdrage van een van onze consortiumpartners.

Lees de digitale versie van Lindeblad.

Wilt u de papieren versie van Lindeblad ontvangen? Klik hier om u gratis aan te melden.

Kiembaanmodificatie, CRISPR-CAS9, embryonale stamcellen, in-vitro gametogenese, monogenetische aandoeningen, eugenetica. Zomaar een paar termen die langskwamen tijdens de bezinningsavond over voortplantingstechnologie op 20 november. Na verdiepende lezingen van dr. René Fransen en prof.dr.ir. Henk Jochemsen, gingen ruim zeventig bezoekers met elkaar in gesprek over dit complexe en belangrijke onderwerp. Communicatiemedewerker Teunis Brand doet verslag.

In zijn presentatie gaf René Fransen uitleg over de meest recente technische en wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van genetica en voortplanting. De huidige discussie over genetische modificatie heeft een impuls gekregen door de nieuwe techniek CRISPR-CAS9. Deze techniek maakt het mogelijk om vrij nauwkeurig aanpassingen te maken in het DNA. Als die aanpassingen plaatsvinden in het vroegste stadium van de menselijke ontwikkeling, namelijk bij een embryo, kunnen mogelijk erfelijke ziektes worden voorkomen. Doordat de wijzigingen kunnen worden aangebracht in zogenaamde kiembaancellen, zijn ze permanent, en wordt het gewijzigde DNA doorgegeven aan het nageslacht.

De verwachtingen van de nieuwe technische mogelijkheden zijn groot. Het zou ervoor kunnen zorgen dat erfelijke ziektes niet aan het nageslacht worden doorgegeven. Tegelijkertijd is er nog veel onzeker. Is de techniek echt veilig? Wat als er negatieve neveneffecten in het DNA optreden? Die worden dan namelijk ook doorgegeven aan het nageslacht. Om de techniek te verfijnen, pleiten veel wetenschappers voor het kweken van embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek. Dat is in Nederland tot op heden bij wet verboden. De huidige maatschappelijke discussie gaat onder andere over de vraag of er een einde zou moeten komen aan dat verbod.

Henk Jochemsen onderstreepte in zijn bijdrage dat voor christenen het kweken van embryo’s voor onderzoek een onbegaanbare weg is. Een embryo is een mens in wording en verdient daarom volledige bescherming. Er zijn echter meer kanttekeningen te plaatsen bij de recente ontwikkelingen. Jochemsen: “We leven in een tijd waarin ziekte wordt gezien als een probleem dat we met technische middelen moeten oplossen. Daarachter gaat een drang naar beheersing en manipulatie schuil. De nieuwe technieken hebben effect op de maatschappij als geheel. We zien al dat kinderen krijgen steeds meer een project van de ouders wordt. En wat zullen de gevolgen zijn voor de acceptatie van gehandicapten?”

Jochemsen zou het in principe toejuichen als erfelijke ziektes worden bestreden door kiembaanmodificatie, mits de techniek veilig is en er geen embryo’s nodig zijn voor onderzoek. Hij stelt echter de vraag of de toepassing van de techniek daartoe beperkt zal blijven. Is er een harde grens te trekken tussen het genezen van ziekten en mensverbetering? Krijgen we in de toekomst een ‘mens op bestelling’, waarbij we gewenste eigenschappen in het DNA ‘plakken’? Dat staat volgens hem haaks op ontvangen van het leven als gave en het besef dat volkomenheid er pas zal zijn in Gods toekomst.

Na de pauze ging het publiek onder leiding van Elise van Hoek-Burgerhart (NPV) met elkaar en de sprekers in gesprek. Alle aanwezigen waren het erover eens dat het embryo volledig beschermwaardig is, en dat er daarom geen wetenschappelijk onderzoek mee gedaan zou mogen worden. Dat betekent echter niet dat er geen discussiepunten waren. Onder christenen is bijvoorbeeld IVF vrij breed geaccepteerd, terwijl die techniek ook tot stand is gekomen op basis van onderzoek met behulp van embryo’s. Bovendien maken de embryo’s die overblijven na IVF-behandelingen ook onderzoek mogelijk, wat er mede voor heeft gezorgd dat er nu weer nieuwe technieken beschikbaar zijn. Iemand uit het publiek stelde naar aanleiding daarvan de vraag of christenen al niet te ver zijn gegaan in de acceptatie van moderne medische technieken. René Fransen: “Als het goed is leidt het christelijk geloof niet alleen tot het respecteren van bepaalde morele grenzen, maar ook tot een andere manier van denken. We moeten kritisch zijn op de denkwijze dat we alles moeten repareren wat kapot is. Ook moeten we ingaan tegen het vooruitgangsgeloof, omdat nieuwe ontwikkelingen altijd hun eigen problemen met zich meebrengen.”

De bezinningsavond kwam tot stand door een samenwerking van de Theologische Universiteit Kampen, het Reformatorisch Dagblad, de NPV-Zorg voor het leven, het Hersteld Hervormd Seminarie en het Lindeboom Instituut.

Foto: André Dorst

Het jaarverslag 2018 van Stichting Prof.dr. G.A. Lindeboom Instituut staat online.


We kijken terug op een mooi en productief jaar, waarvan de publicatie ‘Komt een test bij de dokter’ over health checks een van de hoogtepunten was.


Klik hier om het jaarverslag te openen.

Het Lindeboom Instituut heeft op 1 juni samen met de NPV en het Reformatorisch Dagblad de resultaten gepubliceerd van een digitale kennispeiling over embryothematiek onder christenen en de Nederlandse bevolking in het algemeen.

 

Dit in artikelen in Lindeblad, de nieuwsbrief van het Lindeboom Instituut, het Reformatorisch Dagblad en het Nederlands Dagblad. Het Lindeboom Instituut levert graag een bijdrage vanuit christelijk-ethisch perspectief aan de bezinning en dialoog over deze materie.

 

Samen met de NPV en het Reformatorisch Dagblad organiseren we in het najaar een publieksbijeenkomst, waarin we dieper in gaan op de resultaten van de digitale peiling en christenen willen toerusten om zich hier een mening over te vormen en het gesprek aan te gaan. Later volgt daar meer informatie over op onze website.

Lindeblad, de nieuwsbrief van het Lindeboom Instituut, is weer verschenen! Met o.a. de resultaten van onze digitale kennispeiling over embryothematiek. Lees Lindeblad hier. Voorgaande edities kunt lezen op onze pagina Publicaties.

*

Ontvangt u Lindeblad liever op papier? Mail naar info@lindeboominstituut.nl, dan ontvangt u de volgende editie op papier.

De Protestantse Theologische Universiteit heeft Theo Boer (1960) benoemd als hoogleraar Ethiek van de gezondheidszorg. Dr. Theo Boer is al verbonden aan de PThU als universitair docent Ethiek. De benoeming gaat in per 1 september 2019.

 

Theo Boer heeft binnen en buiten Nederland bekendheid verworven vanwege zijn expertise op het terrein van ethische vragen rondom het levenseinde. Hij is regelmatig aanwezig in debatten in de media en is sinds 2018 lid van de Gezondheidsraad. Met de vestiging van de persoonlijke leerstoel Ethiek van de Gezondheidszorg wil de PThU het profiel van de Groningse opleiding tot geestelijk verzorger in zorginstellingen versterken. Daarnaast zal dr. Boer zich in de komende jaren gaan inzetten op het project Moral Compass dat tot doel heeft om het gesprek tussen de levensbeschouwingen over de basis van de moraal bij ingewikkelde ethische kwesties te voeren.

 

De benoeming betekent dat Theo Boer na het aflopen van zijn eerste termijn als Lindeboomhoogleraar (1 september 2014 – 1 september 2019) geen nieuwe termijn zal aanvaarden. Dr. Sander Luitwieler, directeur van het Lindeboom Instituut reageert: “We vinden het jammer dat Theo Boer vertrekt maar zijn vooral dankbaar voor wat hij namens het instituut in de afgelopen jaren heeft betekend voor de christelijk-ethische bezinning op allerlei onderwerpen, de toerusting van (toekomstige) zorgverleners en zijn grote bijdrage aan het maatschappelijke debat. Hij zal tot 1 september nog volop actief zijn in een aantal opgestarte onderzoeksprojecten en ook daarna zullen we in dat kader blijven samenwerken. Ondertussen gaan we op zoek naar een nieuwe leerstoelhouder.”

 

Prof.dr. Roel Kuiper, rector van de TU Kampen reageert: “Wij zijn Theo Boer dankbaar voor zijn werk aan de TU Kampen en zijn kritische rol in het publieke debat. De bezinning op medisch-ethische vragen is nodig. Dit werk kan gelukkig doorgaan: samen met het Lindeboom Instituut gaan we op zoek naar een opvolger.”

Het samenwerkingsverband toekomstbestendig biotechnologiebeleid

 

Achtergrond

In het afgelopen decennium is er veel biotechnologische vooruitgang geweest. Zo is er onder andere grote vooruitgang geboekt in de mogelijkheid om genetisch materiaal aan te passen, met name door de vinding en toepassing van CRISPR-Cas. Deze recente biotechnologische ontwikkelingen dagen ons uit om na te denken over de vraag hoe wij naar (menselijk) leven kijken en in hoeverre we hier controle over willen hebben, zowel wat betreft ons eigen leven als voor de Nederlandse samenleving als geheel.

Het probleem is echter dat ons huidige beleid ontoereikend is om de nieuwe ethische kwesties, die opkomen door de recente technologische vooruitgang, op te kunnen lossen. Om deze reden heeft de overheid besloten een samenwerkingsverband op te richten, dat gevraagd is na te denken over hoe het huidige overheidsbeleid aangepast dient te worden om meer ‘toekomstbestendig’ te worden. Om recht te doen aan de grote verscheidenheid aan meningen ten aanzien van recente biotechnologieën, werden verschillende maatschappelijke actoren betrokken, zoals bedrijven, overheidsinstellingen als het RIVM, onderzoeksgroepen van universiteiten, de Raad van Kerken, het Lindeboom Instituut en Stichting voor Christelijke Filosofie.

 

Samenwerkingsverband

In het voorjaar van 2018 gingen drie verschillende werkgroepen (rood, wit en groen) van start. Namens het Lindeboom Instituut ben ik betrokken geweest bij de ‘rode werkgroep’, die zich richtte op de menselijke gezondheidszorg. De witte en groene werkgroepen richtten zich respectievelijk op de industriële sector en de plantensector. In totaal is de rode werkgroep viermaal bijeen gekomen. Er werd begonnen met een discussie/dialoog over welke waarden en normen van belang zijn rond nieuwe biotechnieken. Nadat deze waren geïdentificeerd, werd het huidige beleid onder de loep genomen en werden ‘bouwstenen’ aangedragen voor een nieuw, toekomstbestendig beleid.

 

Uitkomsten

Tijdens de eerste bijeenkomsten werd nagedacht over belangrijke waarden die een rol kunnen spelen als bouwstenen voor beleidsvorming rond biotechnologie. Enkele voorbeelden zijn: de uniciteit van ieder afzonderlijk mens, het verminderen van ziekte en lijden, het verbeteren van onze gezondheidszorg, het bijdragen aan goede gezondheid voor alle mensen, solidariteit, zorgzaamheid, autonomie en natuurlijkheid. Zoals verwacht worden deze waarden door de aanwezigen verschillend geïnterpreteerd en gewogen, waardoor het niet mogelijk is om tot één algemene conclusie te komen. Een belangrijke uitkomst van de discussie was dan ook het voorstel om een klankbordgroep op te richten met een brede en diverse samenstelling, die tot taak krijgt om te reflecteren op toepassing van – en onderzoek naar – concrete biotechnologische ontwikkelingen en de complexe ethische vraagstukken die dit met zich meebrengt. De klankbordgroep dient vervolgens overwegingen te formuleren die raadgevend zijn, maar niet direct sturend. Op deze wijze wordt in het beleid verankerd dat ook minderheidsgroepen (zoals christenen) ruimte krijgen om mee te denken en discussiëren over het gebruik van specifieke biotechnologieën, in alle stadia van ontwikkeling en uitvoering.

De discussies die werden gevoerd tijdens de bijeenkomsten van de rode werkgroep richtten zich met name op het aanpassen van DNA van virussen, bacteriën, planten, dieren en somatische cellen van mensen (cellen waarvan het genetisch materiaal niet overerft bij de voortplanting). Het viel op dat zogenaamde kiembaanmodificatie – het aanpassen van DNA in cellen die wel betrokken zijn bij voortplanting – en het aanpassen van DNA van embryo’s door de meeste betrokkenen van de rode werkgroep als een stap te ver werd gezien. Over het produceren van embryo’s voor onderzoek is niet gesproken, aangezien dit niet een concrete vraag was aan de werkgroep. De discussies over kiembaanmodificatie, het aanpassen van DNA van embryo’s en het kweken van embryo’s voor onderzoek zullen dus nog gevoerd moeten worden.

 

Martijn van Rijswijk, arts en ethicus

2017 was een vruchtbaar jaar voor het Lindeboom Instituut. Lees hierover in ons Jaarverslag.

Ruim 21.000 Nederlanders zijn tegen wetsvoorstel abortuspil bij de huisarts

 

Op donderdagmorgen 6 september bood de VBOK, namens 21.287 Nederlanders, de Tweede Kamer een petitie aan tegen het initiatiefwetsvoorstel van GroenLinks en PvdA om de abortuspil door de huisarts te laten voorschrijven. Nu kan de abortuspil alleen door abortusartsen worden voorgeschreven. De petitie tegen het wetsvoorstel wordt ook ondersteund door dertien organisaties, zoals Juristenvereniging Provita, Platform Zorg voor Leven, het Prof. dr. G.A. Lindeboom Instituut, diverse huisartsen en zorgprofessionals. Bekijk de aanbieding hier.

 

Snelheid gaat ten koste van zorgvuldigheid

GroenLinks en de PvdA beogen met het wetsvoorstel snellere, toegankelijkere zorg te leveren aan vrouwen die voor abortus willen kiezen. Ondersteuners van de petitie ‘De abortuspil NIET bij de huisarts – vrouw en kind verdienen beter’ zijn kritisch op het wetsvoorstel. Vanwege het belang van een zorgvuldige keuze en de psychosociale gevolgen die abortus met zich mee kan brengen, zijn ze tegen een laagdrempelige toegang tot abortus. Arthur Alderliesten, directeur VBOK: “De keuze voor het afbreken of uitdragen van een zwangerschap is voor een vrouw en haar ongeboren kind onherstelbaar. Ook ervaren vrouwen vaak de werking van de abortuspil als heftig. Dit vraagt passende begeleiding bij het keuzeproces en nazorg. En dat kost tijd. Een vrouw heeft dan ook recht op gespecialiseerde begeleiding bij het nemen van haar beslissing en kennis over al haar opties: abortus, het zelf opvoeden van het kind, maar ook adoptie of pleegzorg.”

 

Beschikbare tijd huisarts

De petitie stelt dat huisartsen momenteel onvoldoende tijd hebben om vrouwen bij een onbedoelde zwangerschap goed te begeleiden. Huisartsen en de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) geven namelijk aan dat ze willen naar minder patiënten en meer tijd per patiënt. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat huisartsen, voor vijf op de zes onbedoeld zwangere vrouwen, alleen een doorverwijzing gaf naar de abortuskliniek en geen informatie verschafte over alternatieven voor abortus. Mede gezien de waarschuwingen over tijdsdruk pleiten de ondertekenaars er voor de abortuspil niet via de huisarts te laten verstrekken.

 

Duidelijk signaal

Alderliesten drukte de Tweede Kamerleden op het hart: “Dit is een duidelijk signaal aan de leden van de Tweede Kamer dat er veel mensen zijn die een onbedoeld zwangere vrouw en het ongeboren leven de ruimte en tijd gunnen voor het maken van een weloverwogen keuze.”

 

VBOK

De VBOK zet zich al sinds 1971 in om het maatschappelijk draagvlak voor bescherming van het ongeboren menselijk leven te vergroten. De petitie is op initiatief van de VBOK gestart op 6 maart 2018 en sindsdien door 21.287 mensen ondertekend.