1. Welke medisch-ethische thema’s houden u momenteel het meest bezig?
“De afgelopen jaren heb ik mij vooral beziggehouden met medisch-ethische vragen rond gender en genderdysforie. Dat deed ik als redactielid en auteur van de Gendergids. Dit boek belicht het onderwerp vanuit diverse perspectieven, zoals sociologisch, filosofisch, medisch, psychologisch, theologisch en juridisch, en vormt in zekere zin een actualisering van het Lindeboomrapport uit 1996 over transseksualiteit. Daarnaast heb ik mij verdiept in discussies rond embryo-onderzoek en kiembaangenetische modificatie, naar aanleiding van voorgestelde wijzigingen in de Embryowet. Ook de Normatieve Praktijkenbenadering, ontwikkeld in de jaren negentig en sindsdien verder uitgewerkt, blijft een belangrijk aandachtsgebied in mijn werk.”
2. Waar ziet u de grootste kansen of blinde vlekken binnen de christelijke medische ethiek?
“Er ligt een kans om ethische thema’s vaker realistisch en hoopvol te bespreken vanuit de vier brandpunten van de heilsgeschiedenis: schepping, zondeval, verlossing en voltooiing.
Deze benadering biedt ruimte voor waardering van gegeven ordeningen (zoals de menselijke lichamelijkheid), de realiteit van gebrokenheid en verantwoord gebruik van medische mogelijkheden. Tegelijk helpt het kritisch te blijven tegenover een doorgeschoten maakbaarheidsdenken. Er is weleens een valkuil binnen de (academische) christelijke medische ethiek: in het terechte streven als serieuze gesprekspartner gezien te worden kunnen we ons te veel aanpassen aan dominante denkbeelden van onze tijd.”
3. Welke denker of welk boek zou u aanbevelen?
“Er is niet één boek dat er voor mij uitspringt. De verbinding tussen geloof en medische ethiek is bij mij sterk beïnvloed door W.H. Velema, met name door zijn verbinding tussen persoonlijk geloofsleven, theologische bezinning en publiek optreden. Filosofisch ben ik beïnvloed door Egbert Schuurman en, in het verlengde daarvan, Herman Dooyeweerd. Op het gebied van geestesgeschiedenis en cultuurfilosofie heeft ook F. de Graaff grote invloed gehad, met name door zijn kijk op geschiedenis en cultuur.”
4. Kunt u een casus noemen uit uw werk die u blijvend heeft geraakt?
“Een casus die mij blijvend heeft geraakt, komt uit de periode rond de legalisering van euthanasie. Tijdens een lezing, waarbij ook leden van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) aanwezig waren, leidde mijn afwijzing van euthanasie tot felle en emotionele reacties. Wat mij vooral is bijgebleven, is dat mijn opponenten vaak weduwen waren van mannen met een zwaar en pijnlijk sterfbed, waarbij de zorg tekortgeschoten was. Dit heeft onze lijn versterkt: afwijzing van euthanasie ging altijd samen met een pleidooi voor verbetering van de palliatieve terminale zorg.”
5. Wat zou u jonge artsen of zorgprofessionals die met ethische dilemma’s worstelen willen meegeven?
“Bij ethische dilemma’s loop je het risico op blikvernauwing tot de twee opties waaruit je moet kiezen. Terwijl ethische kwesties vaak meerdere lagen hebben. Achter de concrete beslissing ligt de vraag naar het doel en de aard van zorg. Wees je bewust van maatschappelijke verwachtingen en je eigen overtuigingen, en reflecteer op wat voor zorgverlener je wilt zijn en wat je visie is op het leven. Verbind je handelen met je geloof en hiermee verbonden overtuigingen; dit vereist reflectie op jezelf als zorgverlener en als christen, en op de situatie van de persoon aan wie je zorg verleent. Dit vraagt om geloofsomgang met de HERE God.”
Henk Jochemsen was van 1987-2009 directeur van het Prof. dr. G.A. Lindeboom Instituut en van 1998-2010 bijzonder hoogleraar Lindeboomleerstoel VUmc en in 2020-2022 aan de TU Utrecht.