Denken over gender en identiteit is de afgelopen jaren sterk veranderd. Waar genderdysforie vroeger relatief zeldzaam leek, is het onderwerp de afgelopen tien jaar steeds zichtbaarder geworden in de samenleving. In de media, in veranderend taalgebruik – denk aan nieuwe aanspreekvormen – en in persoonlijke verhalen komt genderdiversiteit en transgenderisme veel vaker voor. Beleidsvorming en zorgpraktijk bewegen mee met wat er in de cultuur gebeurt, zien de initiatiefnemers van het recent gepubliceerde boek de Gendergids. De redactie sprak met een van de auteurs van de bundel: Elise van Hoek, manager Onderzoek en Beleid bij de NPV.
“Het kan niet zo zijn dat christenen aan de zijlijn blijven staan en geen antwoorden proberen te geven op kwesties als genderdysforie”, zegt Van Hoek. Samen met auteurs en redactieleden vanuit verschillende disciplines werkte zij de afgelopen periode aan een ethische reflectie op dit thema die zijn weerslag heeft gekregen in de Gendergids. Het boek is geschreven voor professionals die er in hun werk mee te maken hebben, van zorgverleners tot onderwijzers en juristen. In een cultuur waarin de nadruk op genderidentiteit groeit en het onderscheid tussen man en vrouw steeds vaker ter discussie staat, zagen de auteurs genoeg reden om de lezer handvatten te kunnen bieden.
Spanning
“Die spanning rond dit onderwerp is er gewoon”, zegt Van Hoek. Die spanning zit vooral in het normatieve karakter dat de gids ook aanhoudt: de schepping van de mens als man en vrouw vormt het uitgangspunt. Mogelijk kan dat bij andersdenkenden, zowel christenen als niet-christenen, op weerstand stuiten. Toch was juist die spanning voor haar een belangrijke motivatie. “Het gaat hier niet om kleine zaken, maar uiteindelijk om het welzijn van mensen. Vanuit die betrokkenheid hebben we dit boek willen schrijven.”
De andere kant van het verhaal
Volgens Van Hoek krijgt in het publieke debat vaak één perspectief de meeste aandacht. “In de media klinkt vaak het dominante verhaal dat een transitie een succesverhaal is: dat mensen dan echt zichzelf worden en hun identiteit vinden. Daar hebben wij bedenkingen bij. We benadrukken daarom een andere manier van begeleiden, ‘een derde weg’, zeker als het gaat om jongeren.” Er zijn namelijk ook andere verhalen te vertellen, zegt zij, die minder vaak worden gehoord. “Er zijn mensen die na een transitie juist sterker vereenzamen. Niet per se omdat hun omgeving hen niet accepteert, maar vanwege problematiek waar ze zelf mee te maken hebben.”
Tijdens het schrijven kwam ze in contact met mensen met uiteenlopende ervaringen. “Sommigen vertelden dat ze wel genderdysforie hadden, maar niet het pad van transitie zijn opgegaan en daarin hun eigen weg hebben gevonden. Anderen kijken terug en zeggen: het was een zware last toen ik twintig was, maar nu ben ik vijftig en ben ik helemaal oké, en heb ik een goed leven opgebouwd.”
Kentering
Het boek opent met de constatering dat er een duidelijke kentering heeft plaatsgevonden in het denken over gender in de cultuur. “Er zijn altijd mensen geweest met gevoelens van genderdysforie”, zegt Van Hoek. “Dat waren vaak persoonlijke en relatief zeldzame verhalen, bijvoorbeeld van mensen die de NPV belden of bij het Lindeboom Instituut aanklopten met vragen over hoe ze hier als gelovige mee om moesten gaan.”
Rond 2016–2017 zag zij echter een verschuiving. “Ook vanuit mijn rol bij de NPV merkte ik dat er iets veranderde. Discussies over wetgeving, zoals de wijziging van de transgenderwet, maakten duidelijk dat er een andere visie op mens-zijn werd doorgevoerd.” Die wet maakt het onder andere mogelijk om het geslacht juridisch te wijzigen zonder deskundigenverklaring, ook voor jongeren onder de zestien.
Mensbeeld onder de oppervlakte
Van Hoek wijst erop dat achter de ontwikkelingen in cultuur en wetgeving een diepere mensvisie schuilgaat. “Geslacht en gender worden steeds vaker gezien als een spectrum en als iets wat je zelf kunt bepalen. Dat staat volgens ons op gespannen voet met het Bijbelse mensbeeld. Maar ook naast de Bijbel kan iedereen in de werkelijkheid waarnemen dat er mannen en vrouwen zijn. Ook andersgelovigen zien om zich heen iets van die Bijbelse realiteit van het mensbeeld van man en vrouw.”
Tegelijk erkent de Gendergids dat vragen rondom identiteit vandaag sterk leven. Vragen als: wie ben ik en hoe geef ik mijn identiteit vorm, zijn zichtbaarder dan ooit. “Veel mensen ervaren daarin onzekerheid en druk en zoeken naar oplossingen.” Juist daarom wil het boek een alternatief perspectief bieden. “Hoe waardevol is het om te weten dat je geschapen bent en Zijn beelddrager bent als man of vrouw. En dat je identiteit niet alleen iets is wat je zelf moet maken of volledig moet vormen. Dat geeft houvast: een diepe, vaste basis voor je identiteit. Dat is ook iets wat we met dit boek willen uitdragen en waarvan we denken dat daar in deze tijd veel behoefte aan is.”
Brede benadering
De Gendergids kiest bewust voor een brede, multidisciplinaire aanpak. In het boek komen biologische, psychologische, filosofische, theologische, juridische en sociologische inzichten samen. De auteurs pleiten voor een zorgvuldig maatschappelijk debat, met oog voor nuance en zonder polarisatie. Voorwaarde was dan ook dat de auteurs van de gids hun bijdrages staafden met betrouwbare wetenschappelijke inzichten.
Zo benadrukt het boek bijvoorbeeld de biologische realiteit van het mens-zijn. “Op biologisch niveau zie je duidelijke verschillen tussen mannen en vrouwen, bijvoorbeeld in hersenen, hormonen, chromosomen en geslachtscellen”, zegt Van Hoek. Daarbij is er ook aandacht voor uitzonderingen, zoals intersekse (of DSD), die zeldzaam zijn maar wel bestaan. Niet alleen biologische feiten staan centraal, ook benadrukt het boek bijvoorbeeld dat man- of vrouw-zijn geen strakke mal is. “Er is natuurlijk variatie in wat we als mannelijk of vrouwelijk gedrag typeren, naast dat er duidelijke lichamelijke kenmerken zijn die uiteindelijk terug te voeren zijn op geslachtscellen.”
Praktisch
Hoe praktisch is de Gendergids uiteindelijk? In het boek staat een vraag-en-antwoordlijst, ook geschikt voor ouders, zegt Van Hoek. De gids probeert vooral handvatten te bieden voor verschillende doelgroepen, zoals zorgverleners, psychologen, mensen in het onderwijs, kerken en jeugdwerkers, die er met elkaar over in gesprek kunnen gaan. “Het is ook aan de professional om die inzichten te verinnerlijken en te bespreken met collega’s, juist met het oog op concrete situaties die zij tegenkomen.”
Juist dat gesprek is volgens Van Hoek essentieel. “Door het gesprek aan te gaan, ontstaat er openheid en durven mensen met hun gedachten, vragen en twijfels te komen. Dit zijn thema’s die diep ingrijpen in het leven van mensen. Dan is het belangrijk dat we er eerlijk, zorgvuldig en betrokken over blijven nadenken.”
Redactie
De Gendergids staat onder redactie van Elise van Hoek, Henk Jochemsen, Bart Jan Spruyt en Tineke van der Waal en is verschenen in de Lindeboomreeks (uitgeverij Buijten & Schipperheijn).